Lezen, luisteren, kijken. De aanzienauteur
begint met het verzamelen van informatie en doet dat op alle
mogelijke manieren. Maar het meest gebruikte instrument daarbij
is toch nog steeds de schaar.
Het
maken van het aanzien begint met het lezen van een
hele serie kranten en tijdschriften. Dat gebeurt niet alleen
om gegevens te verzamelen, maar ook om ideeën op
te doen voor foto’s die gebruikt kunnen worden. Kranten
als NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw, De Telegraaf, Elsevier,
HP/De Tijd en Vrij Nederland worden nauwgezet
doorgewerkt, evenals de Vlaamse krant De Standaard.
De knipsels (voorzien van datum) gaan per onderwerp in mapjes.
Lijst
Tegelijkertijd wordt per maand een lijstje gemaakt met onderwerpen
die in aanmerking komen om in het boek te worden opgenomen.
Dat gebeurt niet alleen op grond van informatie uit de kranten,
maar ook op basis van wat we van de radio, televisie of de
straat oppikken: rages als de step of flippo’s ‘ontdek’
je door op te letten tijdens het wandelen of bij de kinderen
in de buurt.
Na verloop van tijd wordt uit het lijstje met onderwerpen
een definitieve keuze gemaakt van onderwerpen die voor het
aanzien in aanmerking komen. Daarbij wordt gekeken of
het grote en het kleine (wereld)nieuws goed aan bod komen
en of er voor elk wat wils inzit: politiek, sport, muziek,
koningshuizen, economie, rages. Is dat gedaan, dan moeten
teksten worden geschreven en foto’s worden gezocht. |